is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren de trekken van een gracieuze, blijmoedige hooghartigheid. Een god moest dit gezicht geschapen hebben, die in het scheppen enkel vreugde vond... die moeiteloos en zonder eenmaal mis te tasten en blij van hart om eigen kunnen de schoon welvende lijnen trok. Van rooden mond en zwarte wenkbrauwbogen, van forsche, zonder benepenheid of arglist zich verheffenden neus. Het zware haar, ravenzwart, was opgemaakt met breede doffen van voren en van achteren en in een kroon van vlechten bovenop het hoofd gelegd.

Floortje stond, een beetje onthutst, tegenover deze vorstin, die haar hoofd met de zwarte vlechtenkroon zoo trots en hoog droeg en haar rug zoo statig recht hield en die, toen ze haar voorging het trapje op, haar slecht gesneden rok zoo sierlijk deinen deed, of ze gewend was in pompeuze statiegewaden door weidsche zalen te schrijden.

En in de achterkamer rees vorstin no. 2 op, vrouw Sevryn, wat stroever dan haar dochter, maar minstens even statig. Vróuw Sevryn — zoo wilde ze genoemd worden en zoo riep het ook de meid uit een verwijderde keuken: — Vrouwe, za'k de koffie maar opschenken? — Zij wel gekleed in het ouderwetsch Heerenhaghensch costuum van zwarte rok en zwart jak met ingewikkelde garneering van gitten en plooitjes en stiksels en witte kanten muts met gouden sierselen, die aan weerszijden langs haar wangen neerhingen. Haar wenkbrauwen waren even zuiver gewelfd en nog even donker als die van haar dochter... haar oogen in het zeer blanke oogenwit hadden de juweelige glanzing niet verloren... het blank ovaal van haar gezicht was door de jaren onaangetast gebleven. Men kreeg het gevoel dat hier een zoo deugdelijke techniek aan het werk

Toovcrlantaarn.

7