is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid van den ochtend wel ondergaan met iets van wonder en bevreemding.

— Nee juffer. — Waar gisteren gebleven was, Fenne kon het ook niet zeggen. Het was als een verwijderde, met het bloote oog niet meer waar te nemen kust.

Het was op dit oogenblik nog onzeker, of Fenne het elfachtig schooljuffertje met verteederde genegenheid zou zijn toegedaan of dat ze het met vorstelijke ongenaakbaarheid op een afstand zou houden.

— O Fenne, zou je moeder het erg vinden, als ik ontzettend.. ontzettend... veel at ? Het ziet er allemaal zoo vreeselijk lekker uit.

Ze stond in extase voor het appetijtelijk stilleven van blanke sneden stoet en wit met zwart gespikkeld krentenbrood en malsche, gele kaas en eigengebakken koek, meer honingbruin dan andere en gouden honing.

— Nee juffer —, zei Fenne, werkeüjk onthutst over de veronderstelling, dat iemand boos zou kunnen worden, als je veel at.

— Fenne, ik vind het zoo afschuwelijk om een schooljuffrouw te zijn. Een on-der-wij-ze-res. Dat woord heeft een corset aan. Het kan niet buigen. Bah! Afschuwelijk! En ik kom vast en zeker te laat met zooveel lekkers. —

— Fenne, ik zou willen kopje duikelen op een mooie, zachte, groene wei, waar de zon scheen. Als de konijntjes. Ik zou liever een konijn zijn dan een schooljuffrouw. Jij ook? Kijk, kim je dit? —

Een smal, rose figuurtje flitste langs Fenne heen, zoo snel en lenig, dat deze nauwelijks besefte, wat er gebeuren ging. Daar stond het op de handen en wandelde dwaas, grotesk,