is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die er een vreemde, wazige wijdheid door krijgt. Op den kleinen dansvloer bewegen zich de paren dicht aaneen. Ergens in een hoek achter palmen speelt een band een tammen, verwaterden jazz.

Billeman is een beetje trotsch op deze imitatie van een stadsdancing atmospheer. Het is zijn jarenlange, diplomatiek aangewende invloed, die aan deze kermisviering binnen de muren van „Het Hof" iets van decorum heeft weten te geven. Het hoefde toch allemaal niet zoo „achterlands" ? Ze waren toch geen wilden? —

En de waard van „Het Hof", in zijn eer getast, heeft er tenslotte in toegestemd de inheemsche harmonicamuziek door een nieuwerwetschen „band" te vervangen. Deze slappe, heerige muzikanten evenwel met hun verwaterden jazz zijn niet in staat de Heerenhaghensche hartstochten op te wekken, zooals een enkele harmonicaspeler dat vermag met een bloedwarm „Zoete lieve Gerritje" of een vurig „Van je hela, hola..."

Nu zit men daar en voelt zich deftig.

En dan komt Billeman en leidt zijn kleine schooljuffrouw langs de tafeltjes en stelt haar voor, hier en daar en eigenlijk overal. Want iedereen kent iedereen. En Floortje, de wenkbrauwen zwaar gefronst, reageert alleen met een enkelen stuggen knik, een monosyllabisch antwoord op liefjes gestelde vragen naar haar bevinding en indrukken.

Ze vindt het hier naar. Ze wil weg uit deze zaal. Agressief is ze niet. Ze verlangt heelemaal niet hun spel te verstoren, maar alles in haar rukt en trekt naar dat andere spel daarbuiten... het beloftevolle... de kermis, waarvan ze, zoodra de band even pauseert de donkere, rauwe stem verneemt.