is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze het beest, dat zoo nooit vet zou worden, los liet loopen. Het was een wit konijn met donkere vlekken en ze noemde het „Pantaloon". In Heerenhaghen vertelde men elkaar dat grinnikend over. — De juffer had 'r konijn Pantalong genoemd. — Dan was er het verhaal van den rekstok en de ringen, die ze bij Sevryn op zolder hangen had en waar ze in 'r eentje mee aan het gymnastieken was. Vrouw Sevryn — zei men had de knechts met den bezem weggejaagd, toen ze door het zolderluik haar aan het beloeren waren. — En 't was compleet een acrobaat — zeiden deze knechts, die het dus weten konden.

— Ze zou zoo mee kunnen doen in het peerdenspul. —

Ze fietste door de stad in die donkerblauwe trainingsbroek, waarin ze ook gymnastiekte met een strak zittend, hooggeboord, donkerblauw truitje erboven. Ze reed met losse handen en floot erbij en men kreeg het gevoel, dat de stille groenheid van de stad nu weldra aan haar roode haar ontbranden zou.

— Het was nóg een wonder — zei men, — dat ze niet in de

broek naar school ging. —

Men was haar tegengekomen op een stillen landweg, blazend op dat mondharmonica-tje, dat ze altijd bij zich droeg.

Als ze zich het bewegen ergens op visite te gaan, dan kon het gebeuren, dat ze den heelen tijd op den grond zat te spelen met de kat en van de menschen geen notitie nam. — Men kon niet met haar praten — was de algemeene klacht. Het leek wel of ze van een andere planeet gevallen kwam, waar gansch

andere waarden golden.

Ze had op haar kamer bij Sevryn allemaal speelbeesten staan, waar ze mee praatte of het levende wezens waren en die de wonderlijkste namen hadden, die geen Christenmensch ont-