is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sinds jaar en dag stond hij nu in die eerste klas. Het was moeilijk te zeggen, waarom precies de kinderen hem zoo aanhingen. Misschien was het vooral, dat hij hun, komend van „thuis" in een zooveel wijder wereld, een gevoel van veiligheid gaf. In hem was niets van die onbetrouwbare grootmenschelijkheid, die zoo zonderling reageert. Hij werd niet boos om niets. Hij lachte niet zonder reden. Hij verbijsterde hen niet met woorden, die ze niet vatten konden. Hij was ook niet plotseling en ongemotiveerd Kef, wat bijna even ontstellend was als niet te verklaren boosheid. Hij scheen een wezen van dezelfde soort als zij, alleen met wat meer ervaring. Maar hij sprak hun taal... zag om zoo te zegen de wereld onder een zelfden hoek als zij. In hoogere klassen ging het niet met meester Winter. Daar hadden de kinderen geleerd van een meester te verwachten, dat hij zijn stand als groot mensch zou ophouden en als hij dat niet deed, minachtten ze hem en vielen hem aan.

Maar in die eerste klas ging het onderwijs wat traag en loom en zeer goedmoedig zijn gang. Men kon niet zeggen, dat er orde heerschte. Orde veronderstelt zooiets als een deeling in twee kampen. Maar zeer stellig heerschte er ook geen wanorde. Meester en kinderen vormden een eenheid en in de klas hing een sfeer van zoete, zoemende, vredig bezige eensgezindheid.

Als aan het eind van het jaar zoo'n eerste klas dan tweede werd, klaagde Rosa steen en been, dat de kinderen gewoonweg niets konden. Dat ze niet methodisch schreven en niet „op toon" lazen en volkomen ketters rekenden. En dat ze hun voeten niet stil konden houden en... enfin dat je gewoonweg alles opnieuw kon beginnen. En dat het nou toch langzamerhand tijd werd een reliquie als meester Winter op te ruimen. En