is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat vond iedereen, maar niemand kwam ooit tot iets als actie. Misschien omdat de vaders en moeders toch allen ook eenmaal eerste klas geweest waren en in hun hart iets van zachtheid hadden bewaard voor den vriend van toen. Och en al zat hij dan nu ook avond aan avond in de kroeg...

Want zoo was het met meester Winter. Avond aan avond zat hij in de kroeg. Als de school uitging, wachtte hij tot iedereen verdwenen was. De kinderen wisten trouwens wel, dat ze 's avonds niet met hem mee moesten loopen. En dan dreef zijn korte, zware figuur, die alleen door dat kegelvormig embonpoint aan den grond gehouden scheen te worden door de Heerenhaghensche straten. De moede, grauwe kop knikte zwaar voorover. Hij dreef zoo gauw mogelijk weg van de hoofdstraten. Het trok hem naar waar het stil en schemerdonker was. Tenslotte belandde hij dan in „Het Achterom" in het kroegje van Frerik Nooitgedacht. Niemand wist precies hoe Frerik aan dien bijnaam was gekomen, maar niemand noemde

hem ooit anders.

In dat stille kroegje van stille drinkers, dat in zijn wazige, schemerige, drankbeslagen groenheid aan een aquarium deed denken, zat meester Winter dan de avonden door. Hij zat er aan zijn vaste tafeltje achter in de gelagkamer. Frerik Nooitgedacht stond in de ouderwetsche, donkerhouten tapkast en leek een log en bleek diepzeemonster, omringd van vage glinsteringen en sluierige kleureffecten.

Meester Winter hoefde niets te zeggen. Men kende hem hier. Als zijn glaasje leeg was, werd het vanzelf wel weer gevuld. Hij dronk traag, maar gestadig. Tot laat in den avond zat hij Haar zwijgend, zich enkel bewegend om het glas met den kleur-