is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den. Toch had hij toen enkel triestig den grauwen, vermoeiden kop geschud. Toen al, op het veel tengerder lichaam, had hij dien grooten, zwaarmoedigen muzikantenkop gehad. Hij wist, dat het niet anders kon. Hij moest nu eenmaal drinken of zicb ophangen. Zeggen deed je zooiets niet. Dat waren geen dingen, die gezegd konden worden. Je wist het alleen.

Er waren in Heerenhaghen veel plaatsen, waar je je ophangen kon. Het was een zonderlinge dwanggedachte van meester Winter, dat hij al die plaatsen, waar je je geschikt ophangen kon, moest onthouden. Iedere situatie moest hij in een soort reflex keuren op de mogelijkheid van ophangen. Kwam hij dan later op zoo'n plaats terug, dan controleerde hij even „of alles nog net zoo was" en bleek dat inderdaad, dan voelde hij iets van voldoening en bevrediging. Hij dacht dan niet bewust aan de mogelijkheid, dat hij zelf zich op deze plek eens op zou hangen. Hij dacht alleen maar: Het is dus in orde. Dat is goed. Toen hij als organist en bespeler van het carillon ontslagen werd en hij daardoor niet meer beschikte over de sleutels van kerk en klokketoren, gaf hem dat een gevoel van hinder en benauwing. Nu kon hij niet meer daar naar toe gaan.. naar dien specialen dwarsbalk, die hij er zich gemerkt had.

Soms was er een drang in hem die ophangplaatsen te gaan bezoeken, die allen in zijn geheugen gegrift stonden, zoo vast dat hij ze zelfs in de tijden van schemerend bewustzijn, als hij heel veel gedronken had, zonder haperen voor zichzelf kon opnoemen. Hij klauterde dan bij zich thuis naar den zolder en stond bij Frerik Nooitgedacht op het somber binnenplaatsje, waar een oude, scheeve lindeboom groeide. Hij dwaalde door de verlaten school en stond suflig in het schemerig gymnastiek-