is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lokaal en hij waagde zich zelfs bij uitzondering in „Het Hof", om te kunnen kijken of daar in de W.C.... Lang kon hij dan afgetrokken op zulke ophangplaatsen staan staren, tot hij eindelijk met inspanning zich bevrijdde uit den ban. En zich zei, mompelend, dat het goed was... alles in orde... hij kon nu wel gaan...

Hij trachtte niet de oorzaak van deze fataliteit, dat hij drinken moest of zich ophangen, te doorgronden. Het was nu eenmaal zoo. In het leven rezen ondoordringbare duisterheden plotseling voor je op. Je had te maken met het feit, dat ze er waren.

Zoo was er op een keer de duisterheid geweest, dat hij met Coba Maten trouwen moest. Niet „moest" uit zedelijke of maatschappelijke overwegingen. Nee, zoo maar zonder meer „moest". Zeker niet omdat hij om een of andere reden graag wou. Coba was 10 jaar ouder dan hij. Hij vond haar niet mooi. Hij hield niet van haar. Blijkbaar wou zij met hem trouwen. Tenslotte was toen de duisterheid „trouwen met Coba" niet meer te ontgaan geweest.

Een zachte, wazige goedheid, die niet in woorden, maar in tonen dacht... een volkomen onwereldsche zachtmoedigheid.. maakte het hem onmogelijk ooit een duisterheid te verklaren... ooit een verwarring te ontwarren.

Toen Coba hem zijn viool had afgenomen, dat wil zeggen toen ze door haar enkele aanwezigheid in het huis het hem onmogelijk had gemaakt te spelen— hij vóelde haar door alle muren heen... een onbegrijpelijk kwetsende, minachtende, verlammende aanwezigheid... toen had hij geweten, dat hij nu alleen nog maar te kiezen had tusschen drinken en zich ophangen.