is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aridans te spelen. Zijn kinderlijke, droomerige aard voelde zich getrokken naar dit avontuur, dat buiten de wereld in een lieflijk sprookjesland te voeren scheen. Dien heelen Woensdagmorgen is in meester Winter iets van verheugenis en lichtheid geweest, als hij dacht aan den middag. Alleen al de klank van de woorden, die heen leidden naar dezen middag was als muziek van verre: Floortje, Rudolf, het kasteel, de costuums, de kemenade, de dans van Februari...

Nu gaat hij met Floortje door de lindenlaan. Hij draagt voorzichtig de kist met zijn viool. Het verheugt hem, dat „zij" mee mag. Dat is of hij in een leven van ontbering wat vreugde brengen gaat.

Floortje naast hem is zeer ernstig. Misschien is dit het meest ernstige, wat ze in haar leven nog heeft gedaan. Ze gaat den dans van Februari dansen. Natuurlijk heeft ze al dikwijls geprobeerd voor zich alleen. Maar dit is anders. Ze zal nu dansen in costuum. Het is als een proef, die ze af gaat leggen voor zich zelf. Zal ze zich enkel dans voelen of zal ze Floortje blijven, niets dan een meisje dat danst? Zal zij of zal de dans de sterkere zijn? Ze wil zich aan den dans verliezen. Zal ze het kunnen? Zich verhezen is misschien het moeilijkste ter wereld. Altijd tot nu toe hield ze zich vast.

Het is of een nieuwe toewijding als een effen vlam haar gezichtje doorlicht en bezielt.

Nog voor ze geklopt hebben, opent Rudolf al zelf de deur. Zijn blanke, meisjesachtig teere huid toont roode vlekken op voorhoofd en slapen als altijd, wanneer hij opgewonden is.

— Het vuur brandt in de kemenade, Floortje. Het heeft eerst erg gerookt, maar nu brandt het prachtig. —