is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de lichte openheid van het leven. Er is een hoekigheid... een kantigheid in haar bewegen, dat toch altijd gracieus blijft, soms even zweemt naar het groteske. Haar gezichtje is klaar en effen, zoo blank, zoo onberoerd, zoo ontvankelijk voor al wat komen zal. Er is geen zoetheid in... geen sensualiteit. Het is niets dan de pure expressie van dezen prillen dans.

Maar nu komt een zoelte... een zoetheid door het lied gestreken. De viooltoon wordt voller en inniger. Nu spreidt zich over het prille groen het rose... het even warme. Het rhythme wordt buigzamer... deinender. Nu bloeit het pril en hoekig bewegen open tot een vrijer en vreugdiger dans. Nu buigt zich de roode mond in een verrukten glimlach. Het is of de roode haren zachter en zijiger zijn geworden en deinen op een zoelen wind. Nog zwelt de melodie... o, dit is de nabije, de voorvoelde zaligheid... het wonder, dat komen zal.

En dan plotseling die schrille cascade van verschrokken dissonanten. Het terugdeinzen voor de overgave in onbeheerschten schrik. De shawl, die krampachtig om de naakte schoudertjes getrokken wordt... het terugkrimpen. En wervelend de vlucht achter het gordijn... En dan klinkt nog even na het pril klingelend motiefje van het begin... zacht en als van verre. En dan is de dans van Februari uit.

Floortje zit naast meester Winter op de kist. Ze zijn elkaar zeer na op dit moment. Hij en zij begrijpen dit: de ernst van het werk.

— Het is nog niet goed natuurlijk —, zegt ze. — Dansen moet je leeren net als muziek. Niemand kan het zoo maar goed.

Toch is het prettig dit te probeeren. En ik voel wel, dat ik

het eenmaal misschien goed zou kunnen. Het is, of ik mezelf voor mezelf uit zie gaan en den dans dansen zoo als die gedanst