is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een uiterste concentratie tracht ze eiken pas... elke beweging... van die voor haar uitzwevende gestalte te grijpen. Verslonden is ze in de jacht op het detail.

— Nog een keer... nu nog een keer dit... nu nog een keer dat... nu nog eens heelemaal... —

En meester Winter, die de spanning van deze jacht zoo goed begrijpen kan, volgt onvermoeid.

Rudolf heeft een gevoel of hij zwevend uit lichte hemelen is neergedaald. Hij ziet den dans nog enkel als een kleurigheid. Hij is niet meer weg uit zijn donker huis. Maar toch is het, of de deuren ervan open staan. Hij wénscht op dit oogenblik niet te ontvluchten. Hij is te moe. Hij wil alleen maar stil hier zitten nu. Als een schemering van vreugde strijkt het licht figuurtje langs de open vensters van zijn donker huis.

— Nog een keer... nog een keer... nu nog eens de overgang van groen naar rose... —

En dan is hij het, die door dit licht visioen heen langzaam de kamerdeur ziet opengaan. Dan is hij het, die in de open deur de gehate gestalte van Billeman ziet staan. De anderen, verdiept in het werk, merken niets.

Hij denkt eerst, dat het een booze droom is... dat een booze droom de lichte en lieflijke verdringen komt. Met groote, starre oogen blijft hij staren naar de donkere gestalte in de open deur. Billeman?

Zacht speelt de viool de overgang van prille verwondering naar zoet en innig verblijden. De Billemanfiguur, glimlachend, komt een stap naderbij.

En dan geeft Rudolf een rauwen gil... nog weet hij niet phantoom of werkelijkheid, maar beide schijnt gelijkelijk erg...