is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wilde angstoogen van den burgemeester hadden hem voor een moment doen terugdeinzen.

Het was even een verlichting geweest meester Winter te vinden. Maar dan toch... later... had hij het gevoel te grijpen in een subtielen waanzin, bijna even ontstellend als een wereld van spookgestalten geweest zou zijn. Was zij... Floortje... misschien... ook... gek?

Wat, als ze het er niet op aanlegde baronesse Haerlant te worden, kon ze er voor plezier in vinden te dansen voor een imbeciel van een jongen en een verzopen ouden schoolmeester ? Wat was het ongekende... onvatbare, dat hem hier benaderde? In welk een afgrond van vreemdheid staarde hij en hoe kon hij daaroverheen haar tot zich trekken? Want van haar laten kon hij ook niet.

Den volgenden dag had hij haar gevraagd: — Floortje, als ik Zondag een wagentje huur, ga je dan met mij naar de stad... dineeren en... alles wat jij verder prettig vindt? —

Ze was nooit zoo zeer de machtswellustige vrouw-prinses als met hem.

— O, ik weet niet, — had ze gezegd. — Huur dat wagentje maar. Dan zal ik wel eens zien Zondag wat ik doe. —

Ze was eerst van plan geweest hem met zijn wagentje te laten staan, maar toen het dan voor haar deur verscheen, was de verleiding toch te sterk geweest. Hij was de eenige, die haar wereldsche vermaken kon bieden en die begeerde ze soms toch ook. Ze moest alleen gedurig haar wenkbrauwen fronsen, zoolang hij bij haar was. Zijn enkele aanwezigheid was een ergernis, die ze maar moeilijk verdroeg.

Hoewel de stad met een verstolen vijandigheid, waartegen

Tooverlantaarn. ^