is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze geen onmiddellijk verweer had, haar belaagde dien winter, lokte het haar ook niet naar Rudolf te gaan. Nu bijna dadelijk na schooltijd de duisternis viel en ze niet konden paardrijden of dwalen door het park, had het samenzijn met Rudolf veel van zijn attractie verloren. Ze zat niet graag een heelen avond lang met hem alleen in huis. Zijn adoratie, die hunkerend alles verwachtte van haar en dociel alles van haar verdroeg prikkelde haar dikwijls.

Het gebeurde nog al eens, dat ze erin slaagde meester Winter mee te lokken naar het kasteel. Meester Winter was in deze maanden haar liefste vriend. Bij Sevryn kwam hij niet graag en nooit meer dan de twee vastgestelde avonden per week, dat hij haar vioolles gaf. Maar op Woensdag- en Zaterdag- en Zondagmiddagen of avonden was hij naar Rudolf nog wel eens mee te krijgen. Floortje, wie moreele scrupules bijna geheel vreemd waren, zorgde ervoor dat ook daar zijn glaasje steeds gevuld bleef. Dat was zoo woordeloos in orde gekomen en meester Winter gaf het rust.

De kisten met costuums waren na dien middag van Billemans overval naar het bewoonde gedeelte overgebracht. Floortje vond er een eindeloos genoegen in ze aan te passen en soms was er een, waarbij ze plotseling de muziek hoorde.

— Kun je dat spelen meester? —

En meester Winter speelde, zich liefdevol neigend over „haar", die hij zoo graag deze vreugde gunde.

— Als ik nog eens een heusche danseres word, meester, dan moet jij mee om de muziek te spelen. Dan reizen we overal naar toe... naar alle vreemde landen... —

Meester Winter schudde traag den grauwen, melancholie-