is toegevoegd aan je favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn hart wegschonk, waarvan hij zoo moeilijk afstand kon doen... toen bleef Miene dagen lang stug en vijandig.

Meer dan in den zomer zat Floortje op haar kamer bij Sevryn. Fenne bleef haar met een glimlachende, tolerante genegenheid toegedaan. De kamer was lichter nu de lindeboomen ontbladerd waren. Er stonden ouderwetsche, zware meubelen van mahoniehout met groen pluche bekleed. Op het canapétje huisden de dieren en poppen: de eekhoorn Frou en Floor Konijn en Joy, het witte beertje en de aap Riwa en Estrella, de pop met het hooghartig koel prinsessegezichtje en Sorrow, de pikzwarte neger. Ferme stofte de heele familie liefdevol af en zorgde, dat ze ze precies zoo weer neerzette, als Floortje ze had achtergelaten. En haar genegenheid ging zoover, dat ze zelfs de vreemde namen onthield.

Maar toen Floortje ook haar konijn Pantaloon in de kamer wou laten rondloopen was het vrouw Sevryn, die hier resoluut de grens trok. — Een konijn hoorde in een hok en niet in een kamer. En in haar huis zou het in een kamer ook niet komen. —

Toen had Floortje Pantaloon naar Rudolf gebracht en dien opgedragen te zorgen, dat hij voldoende lichaamsbeweging kreeg, want hij mocht beslist niet vet worden. En Rudolf, blij iets voor haar te kunnen doen, liet gewetensvol Pantaloon iederen dag los loopen, bij droog weer in het park en als het regende in de leege kamers van den ouden vleugel. En deze zorg voor Floortjes konijn ging hem oneindig meer ter harte dan zijn burgemeesterschap.

Met al deze belangstellingen omringde Floortje zich en ze zou gewild hebben, dat ze een toovercirkel om haar trokken, waar die dans der anderen omheen moest gaan. Er was niets