is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Weet je.. heb je me onthouden van verleden jaar ? — zegt ze.

En hij: — Ja, dat je me aankeek en tegen me lachte... —

— Laten we dansen —, zegt ze dan.

En nooit nog heeft Heerenhaghen zulk dansen gezien. Soepel als een katje vleit ze zich in zijn armen. Hun lichamen begrijpen elkaar zoo volmaakt, dat geen nuance van wat ze te zeggen hebben in deze eigen taal verloren gaat. Wonderlijk en heerlijk is dit volkomen samen gaan. Het is een pure vreugde zonder de vertroebeling van één enkele gedachte over de goedheid van het oogenblik heen. Soms zwijgt de muziek. Dan laten ze elkaar niet los. Ze staat geleund in zijn arm en glimlacht, zachter, lieflijker, blijer dan ze ooit deed. En als een nieuwe wijs wordt ingezet, dan glijden ze weer voort in deze verrukkelijke verbondenheid, die hun voeten weifelloos de wonderlijkste arabesken doet trekken als welige bloemen uit een zuidelijk land.

En ze merken het niet, dat om hen een leegte valt. Nog wisselen wel enkele paren elkaar af op den dansvloer. Halfdronken boerenmeiden en boerenjongens, wanstaltig en plomp naast de verfijnde gratie van dat eene paar. Lang houden ze het niet uit naast deze verlorenheid die hun de diepste verworpenheid moet schijnen. Zich af te geven met een kermisjongen... met een schooier, onder welken gemeenschappelijken naam men alle kermis-, woonwagen- en landloopersvolk te zamen brengt... geen boerenmeid, geen arbeiderskind zou het doen!

Ze deinzen af en staren dan op eenigen afstand gefascineerd naar dit afgrijselijke. Een wijde kring van toeschouwers vormt zich om den dansvloer, zoo gegrepen in den ban van dit ongehoord gebeuren, dat ze zwijgend en bewegingloos niet anders doen dan daar maar staan en kijken.