is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ze het altijd wel geweten hebben... van den eersten dag af aan... dat daar geen greintje fatsoen bij zat... en jij hebt er nog wel op gestemd... nou zie je het eens... gewoon een slet... gaat met den eersten den besten schooier mee... dat kan geen dag langer zoo blijven... wie vertrouwt daaraan zijn kinderen nog toe... als jij niet, dan zal ik... ik heb het van den eersten dag af gezegd... maar jij... —

En de mannen antwoorden verveeld: — Ja... ja... ja dat is wel zoo... ja je hebt wel gelijk, vrouw... maar zullen we

nu niet slapen gaan... —

Als het maar zoo'n verdomd hef kind niet was, denken ze.

— Ik zal haar d'r niet om afvallen — zegt Miene van Enk, die „het schandaal" van een paar late voorbijgangers heeft gehoord.

Ze voelt een groote verlichting, omdat het niet haar man is, die de ander zich heeft uitverkoren en tegelijk een innige verteedering voor deze, die wel gedaan heeft als zij gedaan zou hebben. — Ik zal haar d'r niet om afvallen — herhaalt ze nog eens. En Sjoerd Menardie antwoordt met een wat vreemde, zachte stem:

— Nee kind, ik ook niet. Maar laten we nu slapen gaan. Het is al laat. —

Dan liggen ze stil, de gezichten van elkaar afgewend, elk langs den eenzamen weg der eigen gedachten dwalend naar haar.

Floortje wordt wakker bij het eerste morgengrauwen. In den boom boven haar is een kleine geruchtigheid, alsof vogels hun veeren uitschudden en daarbij soms licht een blad beroeren.