is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het licht der lamp viel daar niet, en allen schrikten. Dan kwam hij bij de tafel zitten, zag Na niet, groette zijn zwager, ging naast zijn zuster zitten en kéék.

Grauwenhingst was een kleine, rappe man, kort van woord en zeer geducht. Aan den muur hingen de silhouetten van zijn grootmoeder Verhagen en zijn grootvader Edmund; die droeg een pruik met verdiepingen, welke zijn hoofd machtig maakte boven zijn tengere schouders. Grootvader Edmund had een hard arendsprofiel; de bovenlip was recht en strak, de onderlip stak iets naar voren en de silhouettist had fijntjes, zeer nadrukkelijk, de barre brauwen aangeduid. En weer was dat profiel te boos, te fel, voor het week en pronksch achttiende eeuwsch costuum, dat den kleinen rug en borst omkleedde. Want ook grootpapa Edmund was een kleine man geweest, en Gabri leek op hem.

Steeds besteedde mijnheer Grauwenhingst aan Na woord, noch gebaar, noch blik. Langs haar heen keek hij de kamer in. Maar Na stokte, slikte, likte haar lippen af, wou 't niet opgeven, gurgelde een beetje en stokte opnieuw, 't Was alsof iemand water goot in een mirliton. Ze had misschien nog een passend slot op de tong, maar ’t bleef binnen; Naatje had uitgewerkt en werd weer iemand, die, evenals andere menschen, met tijd en reisgelegenheid had te rekenen. Ze zei gewoon: „Eet ze met smaak, mevrouw," daarmede het stoffelijke in zijn volle waarde erkennend, want er was geen kwestie van, dat zij „smaak" of „eten" geestelijk opgevat wilde zien; zij doelde duidelijk op de slacht. Zij stond op, neeg verslagen voor Grauwenhingst, die nu hups: „nacht Naatje" zei, gaf mijnheer en mevrouw een hand en zei zoowaar niets einders dan: „U wordt bedankt voor je koppie thee.”

Mijnheer Praet liet haar uit, maar was zóó weer in de kamer terug. Hij haalde 't schaakbord en ging met zijn zwager spelen. Zijn vrouw nam haar plomb nog, haar naaikorfje en de doeken, welke zij ’s avonds zoomde. Doch haar oogen vielen bijna dicht, en haar broer schaakte zoo ingespannen, dat hij haar nauwelijks hoorde, toen zij: „nacht Gabri” zei.