is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

uit zijn eigen jeugd verteld. De gang was galmend en hol, groot als een zaal; daar stond de klok, door welks bollen buik de leeftijd veler geslachten was gegaan, en de ba hut met de Arke Noachs erop; zwaar en linksch van dieren-omament; 't leek het geboden meesterstuk zelf wel, dat een man met zijn zonen had gewrocht met onervaren handen. — Doch aan de Botermarkt was een gezellig zitje gemaakt met de vensterbanken. Hier speelde de zon vrij lang over de stucco boogjes en de stucco beeldjes op de consoles aan den wand, en in vroeger tijd dronk het gezin hier op marktdag de koffie. Er viel toen veel te kijken, de markt bloeide. De boerinnen uit Harpen en Rodrop, die een ander model mutsen dragen, kwamen er met de lichte aardappeltjes, korfjes met bramen in ’t getij, en hazen en faizanten. Maar ook van de dorpen langs de rivier kwamen de hondenkarren gereden met van alles er op: hoenders of duiven in een kevie, bossen seringen in ’t voorjaar en een versch wit sikje; in den nazomer dikke boerinnepruimen, mispels en kweeën en, zoodra de jacht openging, het jonge waterwild. —

— Nu was de markt van geen beteekenis meer, doch Anna herstelde terstond het gebruik in eere: van Oude Mei tot Allerheiligen werd Donderdags weer koffie gedronken bij 't raam. Anna deed haar uiterste best om alles wat nog uit den bloeitijd over was, in stand te houden. Tenslotte was dat zoo moeilijk niet, zij leefden eigenlijk voor een schijntje. Zoo Willem Praet al bedroevend op zijn geld had gepast, zijn roerend goed was er nog. De erfenis van burgemeester Meylof was vrijwel bijeengebleven, bijna nooit was er iets de deur uitgegaan, ’t Kwam nu enkel aan op zuinig beheer. Als men maar niets brak, niets bedierf, niets verspilde... Anna liet elk persoonlijk verlangen varen, kleedde zich nog eenvoudiger en bezocht van nu af aan slechts haar verwanten. Zulks was overigens geen ingrijpende verandering: de families van de Putterstraat zagen eigenlijk alleen elkaar.

Zoo leefden zij samen, in vreê. De oogen hunner familie rustten op hen in dankbare goedkeuring. De stad prees de weduwe Visser en mijnheer Joris Praet, die, werd gezegd, niet huwen zou, om