is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zijn zuster en haar dochter te kunnen zorgen. Het gaf de stad een gevoel van rust en veiligheid, dat het huis van burgemeester Meylof in stand bleef, bewoond door zijn kleinkinderen. Overigens had Joris Praet, behalve in 't huis, dat bijna ambtshuis leek, zijn grootvader Meylof in ’t ambt zelve kunnen opvolgen. De stad was met haar magistraat nooit meer recht op dreef gekomen. Zij wilde eigenlijk een slap régime, de aderen van haar oud lichaam vreesden een sterk stuwen. Doch daar losse teugels lastige paarden maken, trad na een periode van laisser-aller geregeld de wensch op naar een krachtiger bestuur. En den laatsten keer was de oplossing veler gemeentelijke moeilijkheden verwacht van Mr Adriaan Klapheks bewind.

Mr Aadje Klaphek was een energieke timmermanszoon, die, analoog zijns vaders stiel, niets liever deed dan spijkers met koppen slaan. Hij zag het zóó ineens, dat de zaak hier vooruitstrevenderwijs moest worden aangepakt, want hij kwam uit een welvarend en vooruitstrevend Zuid-Hollandsch dorp. Hij wierp zich op alles wat zwak en oud was, en schudde eraan met kracht. Dat moest hier nou een stad heeten... in de eenvoudigste plattelandsgemeenten waren ze verder. Wat waren dat voor sloppen, tegen de wallen aan, en waarom stónden die wallen hier nog? Dat was maar kletsen, jaar in jaar uit, over een drinkwaterleiding, nou, wanneer kwam die dan es? Kon de tuinbouw hier niet bevorderd worden, nu die steenbakkerijen zoo kwijnden? Dat was ook een heele hoop de lui der eigen schuld, wat deeën die groote industrieelen? Ze mochten eerst wel es beginnen met fatsoendelijke arbeiderswoningen te zetten...

De Raad dacht: „zachtjes aan, menneke." Maar ’t waren beleefde, gemoedelijke menschen, dus zeiden ze: „Daar heeft meneer de burgemeester wél gelijk aan. Maar alles kan niet ineens."

Ze bedoelden: „Onze burgemeester is 'n echte drijver, ’t is altijd zoo geweest, en zoo is ’t goed." Dat voelde Mr Aadje, en hij werd er eigenmachtig tegenin. Toch had hij 't misschien nog wel gebolwerkt en ook goeds tot stand gebracht, als hij maar niet zoo erg Protestantsch was geweest, bij een gemengde bevolking.