is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wiel niet noodt, want ze zou zich als nicht verplicht voelen, en dan heb je kans op muizen bij de Vissers. Bovendien heb je nog niet eens het doodsbericht."

Daarna liep zij naar Grauwenhingst, want in de brouwerij durfde zij niet te blijven. Ze waren daar allen met haar begaan, want Josine zag er ontzettend uit... „Alles is ons goed, Aagje," zeiden de zoons. „Natuurlijk komt nicht Smits hier, maar de groote logeerkamer moet voor ons beschikbaar blijven. Zij is zoo wild en onbeheerscht, zij breekt er den boel." — Aagje Verhagen begreep. Het was niet alleen om 't porselein, dat de verzamelaars voorloopig op de groote logeerkamer wegzetten: Aagje hoorde vaak genoeg in 't holst van den nacht het slaan van de slaapkamerdeur. De broers hadden in bed ruzie liggen maken, net zoo lang, tot David opstond, de deur achter zich dichtbonkte en naar de logeerkamer verhuisde. Zij bracht hen beiden vóór het ontbijt een kopje thee; dan vond zij Edmund alleen, toch wat gegêneerd. En op de logeerkamer lag David, met zijn fraaie kamerjapon aan, boven op 't dek, zijn bedroefd gezicht in de frissche bolle kussens. Altijd was het David, die 't verloor, want Edmund was veel ongemakkelijker. Nooit behield David het veld eens, nooit sloeg Edmund eens op de vlucht, nooit lag Edmund eens op ’t logeerbed. De broers waren tenger en fijn gebouwd en zoo, in het statieledikant met de gedraaide kolommen en den troonhemel, leek de jonge Grauwenhingst nog bijna klein, een Mozes in het biezen kistje, tusschen het bizarre schilf en riet van de volle kamer. Dan zeide Aagje: „Ik vind het flauw." Zij gaf David een moederlijke kus, dat mocht, zij was ouder dan hij, en een eigen nichtje. —

— Maar Aagje vond er wat op, met ’t logeeren van Josine. Aagje vond op alles wat: zij wist een betwist terrein altijd zoo te verdeelen, dat ieder tevreden was. En omdat zij zelf niets nam, kon haar stuk weer besteed zijn aan hem, die dacht dat hij 't minste had. —

Zij gaf haar kamer aan Josine en ging slapen in 't kleedhokje ernaast. Zij liet haar praten, als zij wilde, en zweeg, als zij zweeg.

IE