is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkele maal met haar schetsboek naar buiten, alleen ter wille van haar diner. De laatste jaren was de jeugd gaan deelnemen, Phaantje en Madje, en de jonge Edmund Visser, het derde geslacht van thans, en dit zette niet weinig fleur bij.

Er werd altijd schriftelijk geïnviteerd; dit was wel een weinig ceremonieus bij een familie van een vijftien leden, doch niemand, en Anna zéker niet, dacht er aan, dezen vorm prijs te geven. Het winterseizoen moest den glans nog bewaren van grootpapa Meylofs tijd. Zooals een concilie de leer der Kerk vastlegt, zoo hadden grootpapa Meylof en grootmama-met-het-kapje den ritus van ontvangst vastgelegd. Doch binnen de perken van t protocol viel te varieeren. Dit jaar kwam ’t blauwe, volgend jaar ’t bonte servies aan de beurt, en navenant de glazen. Er waren de zware Bourgogneglazen, welker geslepen voet een print zette in ’t damast, en de eenvoudige gladde, oudere, van ’t Regthuis afkomstig. De Rijnwijnglazen, de hooge, met de teedere rankjes geteekend uit een Rebenland, dat de gasten misschien van éénmaal kenden, en de donkergroene. Er was het zilver met het wapen van de drie vischjes, erfgoed van Vissersweert, en het linnen met de vischjes geweven; maar de vischjes vielen wat grooter of wat kleiner uit, naar gelang men het zilver en 't linnen koos. Zoo was er variatie, doch geschikt in onverbreekbaar verband, dat telkens weerkeerde, zoo zeker als de sterren aan ’t firmament.

Anna ontving in de koepelkamer; er was ook de kleine salon, midden in ’t huis gelegen, doch daar ging men pas heen om de koffie en liqueur te gebruiken. De kamers waren thans alle goed verwarmd en er was overvloed; er stonden zelfs bloemen. Eén wintermiddag en avond in 't jaar werd ’t huis van vroeger weer gezien. Bij ’t raam aan de Botermarkt had Anna het zitje ingericht; 't was er koud, maar de jeugd gaf daar niet om. Er brandde een petroleumlamp en haar licht speelde nog juist om de voetjes heen der kille consolebeeldjes. En midden op de donkere, holle gang was er het schijnsel door de bovenruit van de salondeur. Daar waren de ouderen binnen gegaan, om een tijdje samen te praten, ernstig of vertrouwelijk. Maar de jonge nichtjes Visser, Madje