is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat oude spinazie. Men zou zeggen, dat een tuinman met hart voor zijn vak op dezen prima tuingrond toch wel wat fijner goed kon kweeken. Doch daarop hadde Komijn geantwoord, dat hij zijn plicht deed en mevrouw betreffende den zaai geen orders gaf

— Nergens hier was het zóó lieflijk als in den moestuin, het gevoel van verlatenheid werd weggenomen door de rust, welke de omheining gaf. En 't was hier de eigen, de historische plek. Van t land rondom kon men nog denken, dat ’t vroeger weide was geweest, of veen en plas, niet bewoond door menschen. Maar binnen de groenende omsingeling van den beukenheg had eenmaal t slot gestaan, waar allen van Visser, Praet en Grauwenhmgst uit stamden, eer zelfs het huis aan de Putterstraat was gebouwd.

Er was nog meer, als men 't hekje van de warmoezerij weer was uitgegaan, de bezichtiging telkens weer waard, met elke nieuwe lente. Een doolhof, waar zeker eenmaal een achttiendeeeuwsch tuinarGhitcc1 zijn gepoederd hoofd op had gebroken, om al die krinkels van een klein wegennet zóó te trekken, dat men immer uitkwam op hetzelfde punt, met een vergezicht, dat altijd anders scheen en telkens eender bleek. Doch ook dit stuk grond met ver van den moestuin gelegen, had eenmaal, vroeger nog’ eer het patriciaat zoo weelderig en speelsch was geworden een andere beteekenis gehad. Het was door een gracht omgeven,

welke terstond de gedachte aan een versterking moest wekken

Maar hoe lang was 't geleden, dat Stephanie en Magdalena ’ de freules Visser, getrouwd waren naar de stad en haar erfgoed daar brachten in de fabrikantenfamilies! Er was ook zooveel verbouwd en vergraven, hoe wilde men anders dan in zijn verbeelding het oude Vissersweert herrijzen zien...

„Kom Phaantje,” zeide Joris Praet, „nu gaan we naar de draversbaan.

De baan, verderop, liep langs een kleine hofstede, over ’t erf heen moest men er komen. De boerin stond daar wat te redderen en zeide met een landelijken groet, dat ’t nóu zomerde Het was een breede ring, buiten omgeven door bosch en aan