is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijtuig, grootmama?"

„Nee, nee,” glunderde de oude Steefje, en haar geknepen mondje, dat zelden lachte en veel bromde, ging nu royaal open van plezier. „Nee, Eddy, een nieuw rijtuig heb ik heelemaal niet."

Zij kreeg den langen, ouderwetschen sleutel uit haar zak en wilde volstrekt niet, dat Ed haar hielp met ’t omdraaien van het slot. Ze zette ferm haar schouder tegen de deur, die van onderen klemde. En 't speet haar eigenlijk, dat de deur week. Ze had haar kleinzoon liefst vierkant omgekeerd, dat hij er met zijn rug naar toe kwam te staan. Ze had wel gewenscht, dat hij nu een heel kleine jongen was, waar je mee doet wat je wilt. Dan had ze gezegd: „hier je hand, ik zal je leiden, oogen dicht, niet kijken voor ik zeg: oogen open." Ze had hem wel een dikken doek voor willen binden, dat hij 't versche hooi niet rook. Ze had hem liefst, doof en blind, voor zich uit willen duwen, totdat hij vlak bij het prachtige rijpaard stond, en dan zeggen: „alsjeblieft.”

„Grootmama..."

Edmund, beduusd als een kind, vergat te bedanken. Maar dat kon ook niet zoo dadelijk; als men zóó iets krijgt, zegt men daar niet beleefd over heen: „Ik ben u zeer erkentelijk."

„Had je dcit gedacht?"

„O, grootmama, grootmama, hoe ontzettend lief van u."

Dat zei hij wel tien keer, en niets anders: „grootmama, hoe ontzettend lief van u." Toen moest hij alles weten: waar kwam dit paard vandaan en wie had het voor haar gekocht? Was het hier uit de streek, 't leek van niet. Hoe lang stond het hier al en wie zorgde en voor?

Edmund at de mooie, lieve vos op met zijn oogen, en zoo blij als hij naar 't paard keek, keek zijn grootmoeder naar zijn gelukkig gezicht. „Dat zal ik je allemaal vertellen, Eddy. Govaert Wittensteen had het gekocht voor Wendela en dat vertelde oom Gabri hier, en dat het zoo’n lief paard was. Toen zei ik: ik wil er net zoo een voor Edmund hebben, maar oom Gabri en Govaert zeiden allebei: dat is een tref. En kijk nu, hoe aardig van hem: hij heeft dit aan mij overgedaan, voor jou. Hij zei: voor Wendela vind