is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wandel?" — en als tweede: „juffrouw... of Madje zal 'k dan maar zeggen, u heb ’t zeker al gesnapt van dat mooie huis, en nou wou 'k u meteen m’n liefde maar verklaren, en ’t is maar 'n geluk, dat u Prottestant ben, net as ik.”

In Madjes zelfverzekerd gemoed rees de gedachte, welke zelfs den onfeilbaren schutter kan overmeesteren, hij, die er zich terecht op beroemt dat hij een speld op een erwt kan raken: „hebben is hebben, en krijgen is de kunst.” Zij was dolblij, zij had de overtuiging gewonnen, dat Koos een beste kerel was; zij wist, dat de villa vrij op naam stond en had bovendien werkelijk eenigermate zin in den knappen jongen aannemer gekregen, ook al, omdat het betrekkelijk zoo lang had geduurd eer hij over de brug kwam. En daar Madje, als ’t er op aan kwam, bliksemsnel kon denken, overlegde zij: „nu zoo verstandig wezen om voorloopig niet te zeggen dat 'k hier vandaan wil, want hij is zoo wijs met dat huis, ik kon er de zaak mee bederven.”

En met voldoening voelde ook zij een blos rijzen; zij voelde als ’t ware de gave ronding van haar wangen zacht aangloeien en wist, even precies alsof zij in haar taschspiegeltje keek, hoe verbazend lief zij er op ’t moment uitzag, met daarbij nog die neergeslagen oogen, en haar mond, die even beefde. Doch zij sloeg haar oogen weldra op; net op ’t psychologisch tijdstip keek zij Koos Klaphek vol aan, rustig en waardig, een jonge vrouw, die haar sympathie voor den man, die haar de levensvraag stelt, geenszins verbergt. Zij antwoordde dus, dat er voor ’n meisje niets schooner bestaat dan haar liefde te schenken aan hem, die reeds de liefde van haar hart heeft gewonnen. Dat zeide zij, welluidend en keurig; het was onberispelijk, niet te hoog en niet te happig. Het was Koos in de ooren als taal uit een andere wereld, een wereld van góden en koningen, waar hij tot schoonzoon werd aangenomen. „Ook de villa even memoreeren,” dacht Madje, „’t is heel aardig van hem, dat heeft hij voor mij gedaan en hij wist nog niet eens, of ik hem wel nemen zou.” Zij voegde er dus aan toe, dat het prachtige huis voor haar een aardsch paradijs beloofde te worden.