is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En met dezen volzin van haar lippen klonk Madje de laatste schalm van Koos Klapheks ketenen toe.

Toen Madje thuis kwam, vertelde zij kort en bondig, dat de jonge mijnheer Klaphek haar ten huwelijk gevraagd en haar jawoord ontvangen had. Daar kwam niet zuinig wat over los.

Veronica zweeg wel, en Edmund Visser zeide alleen: „met dien éannemer?" Doch de grootmoeder Steetje stond op, en begon hartstochtelijk te schelden, 't Zou niet gebeuren, dit en dat. En de gebruikelijke argumenten van onterven en 't huis ontzeggen kwamen te berde. „Mijn mond houden, niets terug zeggen," dacht Madje, maar zij trilde. Want in haar toom was de kleine oude dame verschrikkelijk. Niemand, die dit ooit recht begreep, maar als mevrouw Visser goed boos werd, ging de sterkste man voor haar opzij. — Nu had Madje, die, zooals betaamde, op den Harpenschen weg reeds afscheid van Koos had genomen, in het korte tijdje, dat zij door de stadsstraten liep, haar gedragslijn bepaald. Zij was de toekomst al ver vooruit en koos zich in Den Haag de beelderigste avondjapon in een winkel, waar ook het Hof koopt. „De familie is niets te goed om mij te verklappen bij Koos," overlegde zij. „Ik moet er dus voor zorgen, dat mij nooit een woord ontvalt, dat hij niet zou mogen hooren. Ik houd hem voor een beste jongen en dat accent zal ik hem wel afleeren. Ik wil een paar leuke kinderen hebben, twee is genoeg, dat ze me later niet in den weg staan, als ik veel uitga. — Ik zeg zoo weinig mogelijk en altijd 't zelfde: dat ik van hem houd, omdat hij eenvoudig en rechtschapen is, dat kan geen mensch mij afstrijden. Ik zal aardig voor zijn familie wezen, dat is mij een steun van dien kant. En ik zal hem wat instructies geven, hoe hij met ons omspringen moet. Hoewel, ik geloof, dat hij nogal tact heeft.”

Nu antwoordde Madje met zachte stem haar verbolgen grootmoeder, omdat men deze toch niet bij voortduur in de lucht kon laten praten. Zij verzekerde, dat de jonge Klaphek de man harer keuze was, dien zij boven alles liefhad. Dit boven alles beteekende nog wel niet veel, het had de waarde van een molshoop

Martelaarskroon

8