is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaardigen geest, Edmund Visser een buitengewone mate van rechtschapenheid en tante Veronica kon men even gerust een heilige noemen als nicht Aagje Verhagen. Tante Josine Smits had haar bitter lot met de grootste resignatie gedragen; oom Gabri Grauwenhingst was een even krachtige figuur als zijn zuster, grootmama Steefje, doch zachter van inborst; en de neven, Edmund en David, van een eruditie, zooals men slechts zelden aantreft. Oom Joris Praet was een diep in zichzelf gekeerd man, haar moeder, Anna Praet, heel de stad ten voorbeeld in toewijding, piëteit en energie. Terwijl, goed beschouwd, dezen allen nog overtroffen werden in de beste eigenschappen van verstand en hart door Phaantje, haar lief eenig zusje.

Koos vond het ook en viel eerlijk in zijn hart oom Aadje af, die dezen menschen zoo'n onrecht had aangedaan. Eigenlijk bewees Madje er hem een grooten dienst mee; zij effende den weg voor zijn voet. In den diepsten grond verheugden zich al de leden van het slinkend geslacht: een huwelijk, een nieuw huis voor één hunner, straks misschien een jong gezin. — Zij waren bereid om mild over aannemer Klaphek te denken. En Koos, thans diep beschaamd, dat hij eenmaal oom Aadjes schennige taal had aangehoord, opende in vol vertrouwen zijn hart voor deze edele aanbehuwden. Toen de verloving er door was, gaf hij aan al de dames geschenken, ook aan de arme Josine en zelfs grootmama Steefje wees het niet van de hand. Het was goed gezien van Madje. dat zij er zich thans verder niet meer in mengde; het sloeg aan, over en weer, wat kon men meer wenschen? „De familie mag Koos," zeide Madje, „en dat is meer dan ik had durven hopen. Het is prachtig, in één woord, dus nu hiér alles goed houden, want dat van Den Haag is nog zoo zeker niet, en je weet in geen geval, hoe lang 't nog duren kan."

Zij trouwden, en de Klaphekken kwamen over. Madje had het met groote kieschheid zóó bestierd: niet te lang vooruit. Want Koos had zij nu in de hand, maar zijn ouders en zijn broers en zusters niet; en deze konden mee- en tegenvallen. Maar bij het huwelijk waren ze dan present: pa en moe Klaphek, Cor, een