is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeide zij met zachte stem, „en mijn eenig zusje. En je begrijpt de leege plek bij grootmama. Gun ze het maar; jij en ik, wij tweeën, zijn altijd samen."

De zaak was: Madje had niet gedacht, dat een dagelijks wederkeerend aannemersdiscours haar zoo schuw vervelen zou. En Koos leefde in zijn werk. Madje kreeg de kriebel, als hij met teekeningen aankwam en haar oordeel vroeg; zij woonde goed, wat kon 't haar schelen, hoe de huizen van andere menschen werden, die moesten zelf weten, waar ze introkken. Zij versmoorde nog juist het tweede gedeelte van een snauw in haar mond — het voorstuk was er al uit —, toen Koos haar een keer argeloos vertelde, dat zijn vader alles vooraf met zijn moeder besprak; ze had reuzeverstand van 't vak, ze was zelf de dochter van een timmerman. Dat de plannen meestal zoo goed uitvielen en va zooveel verdiend had, dat kwam, omdat moe er zoo'n kijk op had en va altijd ten beste raadde. „Hij wil dat zeker ook van mij," dacht Madje ontzet, „wat ben ik met hem begonnen!" Maar zij was een redelijke vrouw. Zij vond het bepaald onlief van zichzelf, dat zij haar man nu al beu was en besloot er tegen in te gaan. „Hoor es," zeide Madje, „ik heb geen kat in den zak gekocht, ik kon ’t weten; den eersten keer praatte hij al net zoo. Ik moet niet t onmogelijke willen. Hij is vlijtig en energiek en we komen vooruit. De familie mag 't nooit vermoeden; wat zou ik 'n figuur slaan. Laat ik 't liever maar aanhooren en zeggen, dat t vak móói is. Koos heeft veel goeds, hij is dankbaar en bescheiden, en aardig tegen mij; nee, ik moet het zien te harden. Als we later in Den Haag wonen, krijg ik vriendinnen en hij komt overal in, dat encourageer ik dan wel. En we gaan ook veel uit, naar den schouwburg of naar concerten; daar wordt niet gepraat en om te zien is hij netjes."

... Nu droomde Madje alweer, maar toch niet meer zoo vlottend vrij als in haar jongemeisjestijd; de grenzen van droomenland waren zeer wezenlijk ingekrompen. Er was teekening in haar toekomst gekomen, maar t was de vraag, of deze haar aanstond.