is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om hokken de huisjes er zoo wonderlijk schots en scheef bijeen en een blinde steeg loopt Icings den zijmuur der oude hoeve. Beneden aan de straat, waar 't trottoir is gelijk gemaakt en vele nieuwe winkelpuien zijn gekomen, lijkt het heel wat. Doch men moet eens naar boven kijken. Hoog in den gevel is een klapluik; vroeger heeft daar een koopman onder zijn pakhuis gewoond. Nooit meer heeft iemand dat luik open gezien. Men zou schrikken, als de deurtjes vaneen gingen en nog eenmaal goederen op den bergzolder werden geheschen — een doode mond, die voedsel nemen zou.

Smal en hoog zijn de huizen en vele hebben een diepen, smallen tuin. Een gekweld mensch kan heen en weer gaan; in zijn rusteloosheid loopt hij zich moe, maar huis en erf verlaat hij niet. Hij kijkt vóór, in de tierige winkelstraat, hij wendt zich om en loopt, tot hij achter over de schutting den koepel ziet in een tuin, wel drie straten verder. Alles grenst en paalt hier aan elkaar, met vreemde, onverwachte hoeken. De huizen en erven zijn als gebrouilleerde verwanten: aan de voorzijde houden zij zich koel, maar netjes. Doch aan den achterkant is 't wel anders. Aan de tuinzijde is het 't rechte gebied der erfscheidingstwisten. Een man stoort zich niet aan burenrecht en plicht, hij wil niet op tijd behoorlijk kappen. Zijn buur klaagt en spreekt van overlast, te vergeefs: wie bewijst, dat de hoogste takken werkelijk overhangen? Met de langste ladder zou buurman er trouwens niet bij kunnen. Dan sterft, langzaam, de mooie boom, welks wortels steken in des klagers grond.

De huizen zijn oud, doch niet zóó, of er heeft vroeger een ouder gestaan, en daarvóór nog misschien wel een huis van hout. Maar 't huis van thans is gefundeerd op denzelfden bodem en ook t onbebouwde erf, de tuingrond, is dezelfde gebleven. En al werd het metselwerk meer dan eens vernieuwd, ’t is dezelfde put nog, en vlier hangt er over. Die kiemt immer weer, als al 't gemeene zaad der tuinen: de kraal van den vogelvriend, de goede lijsterbes, en de booze erwtjes van den gouden regen. De paardenkastanje wipt geheimzinnig uit haar bolsterschaal en