is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kon Aagje, geliefde bloedverwante, huishoudster, vriendin, troost in nooden, eigenlijk als een soort N.V. voorstellen, met haar oom en neven als aandeelhouders. De vader was de voornaamste; men respecteerde dus onvoorwaardelijk zijn zeggenschap. Als de vader wilde, dat Aagje voor zijn belangen naar 't eiland of naar de provinciale hoofdstad zou gaan, dan mochten Edmund en David niet willen, dat zij voor hun belangen thuis bleef. Wanneer de broers iets tegenstrijdigs wilden, dan stond de beslissing aan Aagje, doch met haar oom als adviseur. Wan, neer zij voor zichzelf een wensch kenbaar maakte, dan was deze praeferent op de wenschen harer neven. Doch zulks kwam zoo goed als nooit voor.

Geen van drieën had er ooit aan gedacht, van dit kostbaar bezit zich afdoende te vergewissen door Aagje te huwen. Dat had toch gekund. Gabriël had haar zijn hand kunnen bieden, aangezien de Nederlandsche wet, behoudens Koninklijke goedkeuring, het huwelijk toestaat tot en met den derden graad, zoodat een neef zijn tante kan huwen en een oom zijn nicht. Voor Edmund of David was die Koninklijke goedkeuring niet eens noodig geweest, t Had voor de hand gelegen. De zoons van Grauwenhingst waren volstrekt niet in ’t coelibaat verstokt; Edmund was zelfs verliefd, althans verloofd geweest, toen hij en Wendela Wittensteen nog jonger waren. De godsdienst stond niet erg in den weg, want bij Grauwenhingst werd de leer der Hervorming even kalmpjes omhelsd als op Wittensteen de leer der Moederkerk, en Gabri en Govaert, de jeugdvrienden, hadden nooit getheologiseerd. Het engagement was officieus bekend geweest, bij een gelegenheid ten halve verbroken en bij een andere gelegenheid weer ten halve geheeld, zoodat er een status quo was ontstaan, waar niemand aan schudde. Wendela had op Vissersweert een leven naar haar zin en was laconiek van temperament; zij nam Edmund zijn houding niet kwalijk, ging vriendschappelijk met hem om en vergezelde haar ouders met de grootste onbevangenheid bij hun bezoeken op de Putterstraat. Zij werd voor geen dilemma gesteld, want zij kreeg geen ander aanzoek en bleef op haar lauwe manier