is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zwaar. Het was ook door en door onpractisch, want in de hooge kan werd de koffie steenkoud; inplaats van den room moest er nu heete melk komen in een Jacobakannetje, dat op het pitje kon. Het leek naar niets, om hier in huis met different goed te suppleeren, eenvoudig bij een lunch. — En Wendela had werkelijk gevraagd, of de kraantjeskan er niet meer was.

Zoo zaten Han de verwanten aan den maaltijd en converseerden, maar niet druk. De oude nicht Wittensteen, nicht Visser van Vissersweert, deed haast geen mond open; ook Wendela bezat niet veel discours, ze liet zich door Edmund bezighouden. En Gabri en Govaert praatten in hoofdzaak over ’t eiland.

David en Aagje lieten niets merken en Edmund kreeg al spijt, want ze plaagden elkaar anders nooit ten overstaan van vrienden en zeker de Wittensteens niet, van wie zij allen hielden. Dit viel absoluut buiten de code en hij schaamde zich voor de stalen gezichten, waarmede David en Aagje uit de précieuse kopjes de koude koffie dronken. Maar eigenlijk zat Aagje 't op te kroppen. En toen de Wittensteens weg waren en zij, zooals altijd, dadelijk omwasschen ging... toen werd 't haar toch de baas: zij trilde. Zij dacht: ,,'t gaat dadelijk wel over, als ik maar alléén ben. Zij bracht zelf alles naar 't dienkamertje, ging wasschen, borg het zilver en de glazen vast op, begon aan 't serviesje, dat veilig zoo lang op zij was gezet... en daar gebeurde het... Zij was wat afgeleid, een weinig suf en moe van ’t zich inhouden; tegen eiken regel legde zij in den droogdoek een kopje neer; omdat zij te veel zeep had genomen en te gladde vingers kreeg, haalde zij nog wat warm water bij haar sopje, vergat één moment, waar het kopje lag, pakte den doek op... en 't viel aan scherven. Verbijsterd raapte zij het op en deed, wat ieder mensch doet, die wat breekt: zij paste de stukken aaneen. Toen vergat zij in een tweede rampspoedig oogenblik de koffiekan, keerde bruusk zich om, zag de kan wankelen, greep er nog naar... en stootte haar op

den grond. , ,, . , ...

Gelukkig hadden de broers het gehoord, gelukkig hoefde

Aagje het niet te vertellen. Ze stonden er bij, beiden even bleek,