is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen droevig.

„Zie je wel, daar is 't! Je moet om je zélf willen beter worden, niet om mij, dat helpt niet. Je grootmoeder heeft het heel goed en duidelijk gezegd: je staat jezelf in den weg." En Amieke herhaalde naïef, wat zij van mevrouw Visser gehoord had: „als een zieke genezen zal, dan moet hij zelf meewerken en zich vast voornemen om in ’t leven te blijven, want de wil steunt de krachten. Je moest liever naar je grootmoeder luisteren, Edmund, je grootmoeder heeft een beter inzicht. En je moet je niet zoo veel door je moeder laten voorlezen uit den Bijbel, want daar wordt je zoo neerslachtig van. Alsjeblieft lectuur, die je opwekt. Zal ik je wat tijdschriften sturen, dat is licht voor in de hand."

„Ach, Amieke, houd toch op."

Hij zeide dat zoo moe, zoo zielig, dat Amieke werkelijk een oogenblik zweeg. Doch niet lang. Het kostte haar te veel inspanning, zij was over haar zenuwen heen geraakt. Zij herhaalde telkens, dat hij flink moest wezen, vechten, niet toegeven; denken om haar. Het stond hem heelemaal niet mooi, dat hij Amieke zoo vergat. Dacht hij soms, dat zij zijn onverschilligheid niet voelde?

„Ik ben niet onverschillig; laat me nu, Amieke. Je bent altijd lief voor mij geweest, waarom kwel je mij nu op ’t laatst? Je moet mij loslaten. Wat geeft het... denk je soms, dat 't makkelijk is om te sterven, als je nog maar een jongen bent? Maar ik heb er nu vrede mee... ik heb vrede gevonden."

... Er dreef iets aan uit den tuin, witte leliën bloeiden ook hier, de zoete, zware reuk streek over 't pleintje. Nog was de lucht stil, een vlam zou niet wapperen. En Amieke zag in den geest de chapelle ardente weer, waar bij de baar van den dooden kasteelheer kaarsen brandden'en hooge leliën stonden.

— Het was genoeg. Edmund sloot de oogen en Amieke ging heen. Zij keerde zich en zag niet meer om. Zij liep recht op het huis toe en zeide, dat men bij Edmund zien moest; hij leek zeer vermoeid.

De grootmoeder liet zich aan tafel verontschuldigen; andermaal