is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Madje gaan en daar in de serre zitten, waar Cor haar voorlezen zou.

Voorlezen kon Cor bijzonder goed; Phaantje zat dan naast hem en zijn hand lag op de hare. Als hij omsloeg en de hand ging weg, voelde zij even een koude. Doch de vingers keerden terstond terug, op dezelfde plek. Madje zat er officieel bij, volgens zede. Doch zij liep wel eens discreet weg; verloofden willen soms zoet samen fluisteren. Alevenwel, dat nam met Cor en Phaantje zoo'n vaart niet; ze hielden elkanders hand maar wat vast. Wat dat betrof, had Cor er gerust een heel auditorium bij kunnen noodigen.

Ééns in de maand aten zij een Zondag bij Grauwenhingst en ééns op de Wiel; daar vielen de bezoeken tusschen bij Edmund en Wendela, bij David en Aagje, op Wittensteen en bij Josine Smits. Maar wat Cor en Phaantje ook verschikten, nooit het bezoek aan tante Josine; 't was aan niemand meer besteed dan aan haar. Zij had weer levenslust gekregen, zij kwam zelf een enkele maal onder de menschen en was met die visites kinderlijk blij. Altijd stonden er twee bouquetjes op de tafel en zij zorgde keurig. En dit naïef teruggrijpen naar haar jongen tijd, toen Josientje Praet best wist, hoe men verloofden behoort te ontvangen, was ontroerend bij de weduwe van Ferdinand Smits.

Maandagmorgen bracht Stephanie Cor Klaphek naar de vroege boot. En daar, bij den steiger, waar eenmaal Amieke haar hart had uitgestort voor de twee oude heeren, wilde ook Cor nog veel uitstorten, veel zeggen. Doch Phaantje, hoe vriendelijk ook gezind, had geen discours meer. Zij gevoelde zich eenigszins als na een langen dag in de voorjaarslucht, wat vermoeid of slaperig, 't Is heel prettig geweest, maar nu voorloopig weer genoeg; men is blij als men uitgaat en blij als men thuiskomt, om rustig in zijn gewone leven te verkeeren. Op de boot wuifde hij nog; dat vond Phaantje gek, maar zij wuifde terug, uit heuschheid.

Doch de liefde van Cor Klaphek was toch wel een groot goed en eer de week uit was, begon zij hem te missen. „Hij is anders dan thuis," zeide zij, in herinnering aan zijn hartelijkheid. Doch als zii zap naar Aapie en Wendela. die in haar eipen stand waren