is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoeien, of kuste haar zoo maar in haar nek, juist als de anderen het zagen, 't Was duidelijk, dat hij zich sterker, secuurder voelde op zijn eigen terrein. Men moest ginds dan maar doen, zooals daar de gewoonte was, goed, hij zou er zich naar schikken. Maar hier deed men 't anders; 's lands wijs, ’s lands eer.

Hij wilde vast eens huizen gaan zien, want hier in de stad zouden ze komen te wonen. En pok meubelwinkels, hoewel een en ander heusch den tijd nog wel had. Stephanie ging goedschiks mee en wist nu opnieuw, dat h a a r keus 't werkelijk zou winnen. Alleen met hem, groeide haar invloed telkens weer, zij kon daarover tevreden zijn. — Doch er kwam een nijpend vraagstuk: de drie jurken reikten niet toe en zij bezat geen geld om iets nieuws te koopen. Zij wilde in geen geval naar huis schrijven en had achteraf hard spijt van het kistje. Had zij tenminste haar juweelen maar gehad. Zij zat hier in een japon, welke met den dag sjofeler leek en in haar kleerkast achter haar hemden lagen haar colliers verstopt.

„Ik ga nu maar weer es weg," zeide zij tot Cor, die juist ’t vooruitzicht op een paar vrije dagen had en plannen wilde maken. Zij was hier een andere Stephanie, bij lange niet zooals thuis; zij nam, uit noodweer, de directe spreekwijze harer moeder over, die Anna wèl, maar Phaantje niét goed afging: zij leek er ruw en onbeleefd door. En toen Cor, zeer teleurgesteld, haar vroeg om hem toch geen verdriet te doen en te blijven — toen antwoordde zij met haar strakste gezicht: „Ik ga weg, want je zusters vinden, schijnt me, dat ik er te armoedig uitzie.”

Daar was het harde woord gesproken. Cor sloeg teeder zijn armen om haar heen, kuste haar wang, haar vingers en haar mouw; vatte haar gladgekapte hoofd in zijn handen en zeide: „Lieveling, als we getrouwd zijn, mag ik je kleedgeld geven, en wat zal mij dat een voorrecht zijn. — Maar ik heb zoo'n mooien roze ketting gezien, die zou je fluweelen japon heelemaal opfleuren. Wil je alsjeblieft goedvinden, dat ik dien voor je koop?"

„Nee," zeide Stephanie, stuurs en minachtend, want de portée van Cors woorden was haar geenszins ontgaan: hij was 't eens met