is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat probeerde Phaantje ook en 't gelukte haar; in vrede en vriendschap zeiden zij elkander welterusten en beloofden zichzelf en den ander beterschap.

— Maar den halven nacht lag Stephanie wakker om zich te ergeren, dat Cor gezegd had: „zoo’n ring met 'n steen” inplaats van: „je zegelring". —

Phaantje had zich bedacht en bleef. Doch een rampspoedige inval der Klaphekjes moest de goede rust weer verstoren. Op een avond na ’t eten vond Stephanie haar bed met een bobbel staan. Zij sloeg de sprei terug en aanschouwde een wonderlijke uitstalling op den deken, ’t Was ditmaal veel opeens. Twee nachtjaponnen waren uitgevouwen en eenigszins gedrapeerd rond een heuveltje van roze ondergoed, waar pumps op stonden met zijden kousen er omheen. De pumps waren beelderig, de zijden kousen waarschijnlijk peperduur en de nachtjaponnen indecent, tenminste naar Stephanie’s begrippen. In de eene schoen was een flesch Eau de Botot geschoven, in de andere stak een stuk papier, waarop een hanepoot geschreven had: „Voor ons Begeintje.”

Stephanie, nogal verstandig, ging bij de tafel met haar rug naar ’t bed zitten wachten tot zij haar heftig temperament weer de baas zou zijn. Zij wilde tot eiken prijs een nieuwen twist met Cor voorkomen. Doch hier kon zij hem niet buiten laten. Hij was thuis en zat op zijn kamer te werken; zij ging er heen.

„Ja, kom dan toch, schatteboutje,” riep Cor, die haar klopje kende. Hij vond het overdreven, dat zij bij de kamer van haar verloofde aanklopte, doch Stephanie wilde 't niet laten en zeide, dat ieder behoort te waarschuwen, als hij stoort. „Wees toch niet altijd zoo overbescheiden, lieveling; wie zie ik hier nu liever dan jou!”

Maar toen Stephanie binnenkwam met de spullen over haar arm en kortaf zeide: „Kijk es, wat je zusters me nu weer present doen," trok er iets over Cors trekken, dat veel op wrevel geleek; de weerzin van den man, op wien van twee zijden een beroep wordt gedaan; hij wilde liever, dat partijen ’t maar uitmaakten zonder hem er in te moeien. Cor Klaphek voorzag van alles weer: