is toegevoegd aan uw favorieten.

Een martelaarskroon voor Joris Praet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schok om Hendrik. En 't eerste ceêl zat weer op de deur in de Witte Steeg. Nu was 't wachten er maar op, dat ’t verder zou komen.

— De geiten van Grada Maas, naastaan, stonden op een morgen radeloos te blerren in ’t schuurtje; haar gejammer klonk tot ver over den wal. Grada, een jong meisje, woonde met haar broer bij een stokouden grootvader in. Het waren nette, knappe menschen, en Grada stond er voor bekend, dat zij zoo bijzonder goed voor haar geiten was. Zij zette ze in de vroegte aan de pin en hield er overdag gedurig ’t oog op. Het werd een uur of elf, nog waren de geiten niet buiten gebracht; de buren kwamen eens kloppen en de geiten verdubbelden haar geschrei, toen zij menschen hoorden. De deur zat op de schuif en men wilde niet direct gaan breken; intusschen was een oom van Grada erbij geroepen, die recht van handelend optreden had en door ’t keukenraam klom. In de kamer trof hij vreeselijke dingen aan. Geen wonder, dat de geiten ongemolken en ongevoederd stonden. Het ceêl was al aangeplakt, de kleinzoon had de ziekte, dat wist men, doch geen mensch wist het van Grada en zij zelf dacht, dat het maar oververmoeidheid was, door ’t verplegen. Doch eensklaps, dien nacht, had 't hart haar begeven. Toone lag dood op zijn rug, en zijn zuster, die zeker haar stervenden broer nog in de bedstede ter hulp had willen komen, lag dood, kruiselings over zijn lichaam heen. En bij de tafel zat de kindsche grootvader, niet uit de kleeren geweest, te huilen om zijn krentebolletje. Want daar was het de dag voor: tweemaal in de week ging Grada voor hem bij Verschure een krentebroodje koopen. En de oude Anthonie Maas, die verder alles uit zijn hoofd kwijt was, onthield secuur den dag van zijn krentje. Nu was hij boos en schold op Grada; pas toen een buurvrouw een bolletje uit haar eigen beurs voor hem haalde, werd hij weer zoet. Doch 't was Anthonie Maas niet meer aan zijn verdonkerd verstand te brengen, dat zijn kleindochter hem nooit meer tracteeren zou, niet omdat zij ondeugend, maar omdat zij dood was.

— De jonge dokter zette zich schrap: goed drinkwater was thans overal verkrijgbaar. Gelukkig waren de tijden voorbij van dokter