is toegevoegd aan uw favorieten.

Alles komt terecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velden te stappen, zwaar en verzinkend. Mijn geweer is mij lief als een levend wezen: ik draag den loop naar den grond gericht en onder mijn oksel voel ik hoe hard en glad de kolf is. Ik moet enkele druivenkweekers en hun serres voorbij en verder een paar kleine koeboertjes. Er zijn eenige kinders, die op hun Zondagsch, in stijf blauw goed, mij van terzij van een schuur nastaren. Als ik omzie trekken zij zich bloo terug en in hun plaats, van achter den hoek, komen dan hun volwassen broers, die mij met hun pet groeten. Het geeft een grappig welbehagen, dat geen sterveling eenig kwaad vermoedt. Ik daal nochtans als een strooper langs het heuvelpad, tusschen de verdroogde weide en het oude bosch, dat reeds zoo olijfzwart wordt en zoo koel in het dal. Een drietal schapen naast de beek zijn de laatste levende wezens uit het dorp. Dan strekt zich voor mij de verlaten en natte heuvelflank achter het kasteelbosch uit.

Het is een kalmeerende vreugde, hoezeer ook schichtig aangescherpt doordat zij verboden is, hier met zoo rustige stappen door de pluimgewassen en de schermbloemigen van de dalwei te trekken. Ik draag thans mijn roer met den loop in den linker onderarm, de rechterhand bij den haan. Ik heb maar te schouderen en over te halen. Mijn tegenslagen hebben mij dan toch, sinds ik buiten