is toegevoegd aan uw favorieten.

Alles komt terecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hélène, morgen ga ik weg. Zeg mij gerust al wat ge op uw hart hebt." Ik stak haar opgewekt mijn handen toe. Zij greep ze. Ik voelde haar beven. Toen wrong ze mijn polsen om met zooveel geweld, dat zij mij pijn deed. Er was woede en eindeloos leedwezen in haar stem: — „Een mensch zou nooit mogen denken, dat het geluk bestaat! Het is allemaal luchtspiegelingen, hunkeren ..." Als ik voor haar het geluk was geweest en haar definitief ontsnapte, zou geen somberder uitval mogelijk zijn geweest. Doch zij liet mijn handen los, blijkbaar omdat de kinderen binnenstommelden. Zij zei nog: — „Ja, ja. Zoo is het goed."

Ik zie dien middag terug. Het was na het eten. De lucht leunde helder geel en stil aan de ruiten. Zelfs over het grasperk, op een rapenveld daarachter en over het bosch lag als een glans van zeer bleek en goed gepoetst koper. Ik zou aan zon en warm weer hebben gedacht als ik niet die behoefte had gevoeld mij voor het haardvuur te laten roosten. Bert was naar de stad voor zijn nieuwe zaak. De kinderen hadden een vrijen middag en herrebekten spoedig onder elkaar. Hélène vermaande ze met een soort onuitputtelijke lijdzaamheid, die mij tenslotte prikkelde: zij zag er uit als zich zelf afgestorven en bereid om zich onvoorwaardelijk ten dienste van de kinderen te