is toegevoegd aan uw favorieten.

Alles komt terecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer, dat zij er zich zoo op toelegde haar ontroering onder een zweem van vroolijkheid te verbergen. Ik lachte haar bemoedigend toe.

„Gij herinnert u misschien dat Bert me eens in uw bijzijn heeft omhelsd. Het was alsof ik een brandmerk kreeg: ondergeschikt aan al zijn luimen, gedoemd om altijd maar voort te leven in de schaduw van een treurtuit."

„Treurtuit?" lachte ik verrast. „Het is een vroolijke benaming."

„Ik was razend. Ik brak mij het hoofd met vragen als deze: Waar moet dat heen, met die eeuwig hangende lip van Bert? Is er geen andere uitkomst dan die berusting, die tevredenheid, die eeuwige glimlach, waar Willem mij altijd mee heeft gepaaid? Ik was moe van geduldig te zijn, moe van de rol van huisduif. Ik was verbitterd en vol verzet."

„Verbittering en opstandigheid geven soms een edele spanning," zei ik bemoedigend, toen zij aarzelde en naar woorden zocht.

„Ik zou er eeden op gezworen hebben, dat gij die spanning nooit hebt gekend. Ik zei: dank u wel, ik heb er genoeg van, altijd tevreden te zijn met de kleine genoegens van het leven en zich terug te trekken voor de groote . . ."

Hélène brak haar biecht af en vroeg half guitig, half ernstig: