is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed stuk, al zeg ik het zelf. Het verantwoordelijkheidsgevoel raakt zoek bij de mensch. Als je die brutale moorddadige soesah gezien had, dat verkeer bij die opgebroken rijweg aan de Margarethastraat, en dat op Marktdag . . Het ontgaat hem al weer zoo'n beetje, terwijl hij er nog over praat. Hij zuigt op de knop van zijn wandelstok, hij denkt na: de rimpels in zijn wangen en voorhoofd veranderen in diepe krassen. „En wie van de groote mogendheden zal nou de handen uit de mouwen steken, denk je?, en Abessinië ter hulp komen?" De man Vickers die drop verkoopt en blauwsel en irrigators, windt zich op over de wereldpolitiek. Zijn kleine roodachtige oogen dwalen daarbij van het een op het ander, bange vermoeide oogen. Ineens wordt hij ook weer in-zichzelf-gekeerd en stil. Er valt hem iets in. Afgetrokken kijkt hij om zich heen. Zijn opwinding zakt . . . „De dingen waar dat ventje over praat en schrijft", ziet Taco in, „die beroeren hem niet, maar de dingen waar hij over zwijgt." Zonder overgang denkt hij dan ineens aan Cobie Savrij. „Als ik die ergens klein mee krijgen kon ... ik moet er toch 's wat op verzinnen. En Weigel Altenstadt zou ik óok in het nauw willen drijven. . ." Hij weet nog maar vaag dat hij Godlief goedendag gezegd heeft, hij heeft maar vaag gezien dat Godlief langs de vensters liep . . . Hij denkt nu ineens weer aan zijn jongetjes. „Tobben andere Vaders ook zoo met hun kinderen? Het is toch te krankzinnig om los te loopen dat een paar belhamels van acht en negen jaar eigenlijk te volwassen zijn om te spelen — maar wel een onverklaarbare belangstelling hebben voor de auto van de buren? En dat ze, om je de duvel in te jagen,