is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog in te halen. Op straat doet Pluim aan een ooievaar denken, een ooievaar in confectiebroek. En het expeditiepersoneel draaft achter Pluim aan of het geen seconde te verhezen heeft. Jeffie Jessehng is er ook bij, zijn blauw-katoenen overall zit onder de vlekken. Jeffie die zal toch zelf wel de Ford onderzocht hebben. Maar Louwtje Kot heeft zich bij de handzetters gevoegd, de handzetters komen heel achteraan, die moesten natuurlijk eerst nog een paar regels afgedrukt zetsel distribueeren. Louwtje praat met die mannen als met zijns gelijken. Hij mag morgen helpen bij het stencilen, hij voelt zich al een volslagen werkman, drukt de handen veel te diep in de zijzakken van zijn veel te krappe jasje en steekt zijn rond achterste ver achteruit. In een vlug tempo marcheeren ook zij voorbij. Jenke, de platzetter, komt heel achteraan deze keer. Wat heeft Jenke zoo lang uitgevoerd? En Bos?, waar blijft dié? Bos die haast zich óok niet om naar huis toe te gaan.

Heftig fronst Taco ineens. Kaatin staat daar bij de arduinen stoeppaaltjes of hij uit de grond opgeschoten is. Een man als een groote stekehge plant — als een woestijn-cactus — die staart met holle oogen al de anderen na, de anderen die nog werk hebben en druk praten en haast maken en hun zelf-verdiende maaltijd gaan verorberen. Tot het laatst toe, tot ze de hoek van de Prinsenstraat om zijn, kijkt Kaatin ze na. En als ze geen van allen meer te zien zijn — dan ziet Kaatin ze nog . . .

Taco schiet zijn jas aan, grabbelt naar de frommel van zijn glacé's en steekt een sigaret aan. Met kleine oogen tuurt hij in de rook en mompelt wat voor zich uit.