is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jn de gang treft hij Bos, de chef-zetter, nog aan. Die chef-zetter is niet veel meer dan een bussel verschrompelde peezen en plooien, in een liggend boordje en een vettige versleten „trouw"-jas. Ze praten samen over de advertenties voor Nathan Doch en Juppers, over de drukproeven voor die middag. Ze denken aan wat anders. „Nou, tot vanmiddag, Bos." „Tot vanmiddag, meneer." Bij de buitendeur staat Kaatin, die neemt tweemaal achtereen zijn verregend hoedje af en beweegt snel de lippen, maar zegt toch niets. Taco groet amper terug. Hij voelt zich plotseling veel te goed gekleed. Het is opeens aanstellerig dat hij blootshoofds naar huis gaat. Zelf zet hij er nu ook de pas in.

Hij loopt dwars door het gerekte twaalfuurs-tumult van de stad heen. De gevels die hij voorbijgaat en de menschen die hij ontmoet, kan hij ook met gesloten oogen zien, zoo bekend zijn ze hem geworden: het groote huis van notaris Kerlings op de Staalborchsingel, de ambtswoning van burgemeester Heinz, de groenmarkt, de pleintjes, de winkelstraten. En dan de menschen van iedere dag: postambtenaren en fabrieksarbeiders, waschmeisjes en strijkstertjes, winkelbedienden en werkloozen, mijnheeren met aktentasschen en jongens en mannen met bloemenkarretjes, met groentewagentjes, wagentjes met schelpen, met brandhout, met turfmolm. Taco trekt zijn mond scheef. „Dat Bolwerk van de Telegraaf zal het tegenwoordig ook niet erg naar zijn zin hebben met al die platvloersheden." Hij grinnikt schraaltjes en met moeite. Mijnheer Marees loopt nog een eindje met hem op. Marees doceert Duitsch aan de gemeente-H.B.S. Een paar maal 's jaars komen ze bij