is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkaar op bezoek. En ze zien elkaar dikwijls aan de leestafel in „De dubbele kandelaar". Nooit praat Marees over de school, de leerlingen, de collega's. Hij is een gezellig causeur en lacht graag — lacht een beetje te veel. „Voor zoo'n dag vol zonneschijn zou ik de lieve God elke ochtend prompt een rijksdaalder willen betalen", zegt hij en lacht. Maar er is nu toch een vreemde bijklank in die lach, een bijklank waar Taco vragend van opkijkt. „Wat is dat?" Hij ziet er ook uit of hij wijn gedronken heeft, die Marees. Maar een wijn-adem heeft hij toch niet. Hij is wel erg rood, en zijn fel-kijkende oogen glimmen opgewonden. Vaak neemt hij zijn hoed even af en strijkt door zijn vochtig dik-bruin haar . . . In gedachten oogt Taco nog 's naar Marees om als die zijn aardig huis op de Agnessingel binnengaat. „Ja — wat is dat met die man?"

Look, het hoofd van de M.u.l.o., houdt hij ook nog even staande. „Thuis alles goed?" Look zit altijd in onrust over de gezondheid van zijn vrouw en zijn kind. Hij antwoordt niet dadelijk. Zijn klein gezicht betrekt en dan wordt het nog wat verweerder. De dikke randen rond zijn oogen loopen rood op. „Kan er niet over roemen, Anneke, dat kind . . .", hij moet hevig kuchen tegen een hardnekkige heeschheid, „Anneke die klaagt zoo vaak over haar oogen. We zullen maar 's een dokter raadplegen, een specialist, een oogarts." Zijn grauwe vermoeide bhk schiet als opgejaagd over Taco's gezicht heen. „Nou . . .", hij knikt vaag. Bijna zonder groet loopt hij voort. „Achter die man zijn angst", denkt Taco, „staat nog een angst, een nog grootere . . ."

Hij is al dicht bij zijn huis in de Schillerstraat. En dan