is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een cliché er bij: een man die gewurgd wordt, dat trekt de aandacht, daar kijken de menschen naar: een dik touw, een kabel om zijn strot, om zijn nek, zijn hals. Nah, we zijn allemaal menschen met een touw om de hals, mijnheer Solwerda, we worden allemaal gewurgd, langzaam aan: alle winkeliers, alle zaken, kleinbedrijf, grootbedrijf, werknemer, werkgever." Taco is als hoorende doof. „De tijdsomstandigheden", zegt Kiedeleinos, „dat loopt uit op de groote warwinkel. . ." Taco kijkt of het hem voorbij gaat. Kiedeleinos praat door. „Mooie stierkalveren, hebt u ze gezien?, de bekroonde bullen?, een pracht — vleeschmajesteiten." Hij glimlacht, en over zijn blauw glad gezicht schuift een trilling, zijn zwarte oogen zijn zoo wijd opengespalkt of hij het op een schreeuwen wil zetten — hij praat onderdrukt, ja, hij glimlacht en praat onderdrukt: „Die zeug daar — dat is een varken, mijnheer Solwerda, waaruit men twee ruggen kan snijden." Hij maakt grapjes en zijn oogen zijn wijd open getrokken en strak. Taco hoeft niet veel te zeggen, een keer „ja", een keer „nee", dat is rijkelijk voldoende. Hij zit op de tribune naast burgemeester Heinz. En burgemeester Heinz is rood van de eere-wijn, zijn lange rechte neus, zijn vleezige wangen, zijn bol voorhoofd, alles is rood. En burgemeester Heinz wil nu dat elke opmerking die hij maakt, zijn ambt eer aandoet. Hij kijkt zelfs op een intellectueele manier naar de dikke uiers van de koebeesten, hij kucht zelfs intellectueel. Burgemeester Heinz hoopt het nog 's verder te brengen dan Rijckevorsel. „Is iets voor uw artikel, mijnheer Solwerda, die nieuwe techniek van de landbouwwerktuigen, die nieuwe bedrijfsmethoden . . ."