is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch weg, Taco, vort Taco." Taco knipt met de oogen. Dat alles verdwijnt al gauw. Maar dat schrijnende is er weer, dat schrijnende en de schuine ruimte, tin, drankflesschen — de notabelen . . .

Axel Kroeze gaat ook aan de leestafel zitten. Hij heeft niets van een of ander dier, een breed helder gezicht heeft hij. „Er komen natuurlijk tegen-sancties. Ja, maar heeren, een kind snapt dat toch. De uitdaging..." Dasselaar is zoo onbeleefd, dwars door Axel Kroeze's betoog heen, een gesprek met Look te beginnen over het congres te Utrecht. Daar bemoeit Onno Krabbeel zich ook nog mee. „Ja, hoor 's, we kunnen dat laten voor wat het is. Trouwens die heele soesah . . . Solwerda heeft dat nog zoo uitgeplozen in zijn hoofdartikel. Waarom? Recht voor allen en gelijke rechten, dat is al zoo'n versleten leus geworden — en het sollen met de loonslaaf, dat ligt zóo ver achter ons. De loonslaaf is op nonactiviteit gesteld. Al die organisaties met al die bonzen van vrijgestelden, waar is het alles op uitgeloopen?, wat is er gebeurd?, wat is er verbeterd?" De rimpels in Wedzieg's goedige groote kop worden nog ronder. Dasselaar blaast zijn lippen bol. Look pinkt of hem wat in de oogen waait. Kerlings trekt heftig aan zijn dunne sluike sik. Taco zegt: „Dat zette ik nou juist in dat artikel uiteen: het onderwijs, nietwaar? En de arbeider woont niet meer in een krot. De arbeider is een mensch geworden . . ." Kerlings blaat. „Een krot? Jouw mensch, die nieuwe mensch van jou?, hij woont in een villa: serre, tuin, balkon, kelder . . . Hij heeft radio. Hij gaat naar het stadion." Axel Kroeze voegt er het zijne bij. „Hij organiseerde stakingen ... hij stelde zijn

Bruggenbouwers — 4