is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat meer werk en ieder wat minder geld. Onno zal er Pluim ook nog wel uitduwen. Dat kan — die Solwerda er nog bijnemen — Solwerda of Wirschkul — of Louwtje Kot . . Zijn Yader's dunne oue stem praat er door heen. „Ik zal je daar inkoopen, Taco, in die naamlooze vennootschap, dan zit je steviger." En dan ziet hij zijn Vader plotseling zoo duidelijk of hij langzaam op hem toeloopt — langzaam. Hij keek ook langzaam. Hij heeft ook langzaam geleefd: een schrale lange man, een aandachtig fijn gezicht, oogen die haast barsch van ernst waren. „Dan zit je steviger". Hij glimlacht weer, men móet daar toch bij kunnen glimlachen. „De oue heer heeft wel in een heel andere tijd geleefd."

Als hij aan zijn schrijftafel plaats neemt, is hem dat al lang weer ontgaan. Hij vouwt de groote bladen open en knipt . . . Zijn blik valt op de rubriek Kerknieuws. „Ha, daar hebben we Oxford weer. Meeting in de Albert Hall te Londen. Laten we Look 's een plezier doen . . ." Jozefien tikt verwoed op haar schrijfmachine. En Louwtje Kot brengt de schoone proeven al weer. „Van Bas", zegt Louwtje vertrouwelijk. Bas Gisolf is de beste zetter die ze hebben. In het werk van Bas Gisolf komen bijna geen fouten voor. Bas krijgt dan ook 3 % boven het standaardloon. Louwtje weet wel dat hij wat opbeurends zegt. Maar hij grijnst nu niet. Hij heeft wallen om zijn oogen, en zijn bovenlip is in het gleufje vochtigrood. „Zoo rattekop?", zegt Taco vriendelijk, hij wil absoluut vriendelijk zijn, wil absoluut een luchtige toon aanslaan. En de dikke randen worden nog wat dikker om Louwtje's oogen. En zijn lange apen-lip bibbert. Hij salueert. „Tot u dienst, meneer." En hij kijkt zoo aan-

-I