is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat een godvergeten stelletje idioten moet dat wezen." Pluim praat tegen hem, het dringt maar half tot hem door. „Vanmiddag afscheid van mijnheer Bergsma op de H.B.S., zal ik dat maar . . .?" Het is of die lange Pluim met zijn kleine hoofd tot aan het plafond reikt. Taco kijkt bij hem op. „En dié man?", hij zoekt Pluim's gezicht af. Ineens beseft hij dat hij nog niet geantwoord heeft. „Ja natuurlijk, best", zegt hij gehaast, „doe jij dat maar." En hij denkt: „Kijkt Pluim toch ook niet zonderling? Ik zat natuurlijk te suffen." Zakelijk zegt hij: „Schrijf ook wat over Steven Kaai van de betonfabriek, die man viert zijn veertigjarig jubileum als arbeider. We moeten een foto van hem zien te krijgen. Misschien kun je 's met hem praten. Neem een kistje draaglijke sigaren mee, een kistje van vijftig." Nog terwijl Pluim er is, haalt hij al weer de groote bladen naar zich toe, hij begint fronsend te lezen en knipt . . . Met klein geknepen oogen kijkt hij naar de volgepropte kolommen, de hoofdjes: Generaal de Bono vervangen . . . Chartreuse door aardverschuiving vernield. Verwoede slag bij Asti in Zuid-Tigré. Verwrongen gezichten ziet hij daarbij, gaswolken, verkoolde lichamen, te hoop geworpen menschen, menschen als een lillende hoop bloedigzwart afval. Hij zoekt naar andere dingen — iets opwekkends. Weer glijdt zijn blik langs dunne kolomlijnen: klopjacht op dranksmokkelaars en handelaren in narcotica, brandstichting, verkeersongelukken, zedenmisdrijf . . . Tekort Indische begrooting. Nederlandsch witboek inzake Abessijnsch-Italiaansch geschil . . . Hij zoekt nog verder. Letteren en kunst. Een auteur krijgt er van langs, een oudere — een vrouw . . . Jong