is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ineenstorten — gerochel . . . „De Christelijke beschaving doet daarginds zijn zegenrijke intocht. En dat heet: het geschil." Hij merkt dat hij hevig transpireert. „Dat die Thieu van hem nou ook al met een neuswijs gezicht in zoo'n vervloekte krant zat te turen! En Us praat na wat hij opvangt. „Hebben ze daar ook nog 's een pretje, die menschen." En dan lacht Anne-Cris, dan lacht ze — dan lacht ze . . . En aanstonds zal ze ook weer zóo lachen. Ze weet precies waar ze je mee heeft. Ze zal ook met duizend speldeprikken reageeren op vannacht — nou is het haar beurt . . . Alleen door haar neusvleugels te bewegen, door een beetje raar met haar wenkbrauwen te trekken, kan ze alles wat je zegt belachelijk maken." Taco schuift zijn tanden over elkaar heen. „God-god, vaak doe ik opgewekt, zoo opgewekt als een clown voor een kermistent. Maar wat is er nog voor goeds in het leven?, nou — wat dan?" Hij ademt beklemd. Iets in hem geeft ook nog antwoord. „Crijna Boetzaarde." Hij houdt zijn schaar even stil. Hij kijkt nadenkend. „Is het daarom dat ik er niet heenga?" Hij knipt weer . . .

Later in de ochtend zoekt hij Bos nog even op. Hij ziet de menschen in de drukkerij zooals hij ze ook in zijn droom kan zien: strakke beangste gezichten boven de degelpers, glurende donkere oogen achter een vliegwiel. „Waarom beangst?, waarom glurend . . .? Als het aan mij ligt, dan ben ik bezig krankzinnig te worden." Bij Bos staat hij stil. Ze praten over de verdeeling van het werk voor die middag. „Om vier uur ken u met de opmaak beginnen", stelt Bos vast. „Jan Osep zet de advertentiepagina's en het blad voor de vrouw al in mekaar." Taco kijkt nog 's naar Bos. „Zoo bloedeloos en