is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenvuur en wat praten, meer niet — dat het zoo niet blijven kon met ons, dat wou ik niet eens meer zeggen . . . Die lamme perziken ook en die ongelukkige druiven. En waar moet je altijd heen? Ja Cato — Axel Kroeze — de Kerlings — netjes zitten te converseeren . . . Maar wat moet het nou met Crijna en die Oxford-geschiedenis? Nou hang je met je heele hebben enhouen van zoo n gekke vrouwengril af. Was er maar meer naar toe gegaan, de laatste tijd. Wedzieg had vrij spel. Waarom deed je dat dan ook niet? Ze is knap. Ze is wel hef." Hij kijkt nog 's om. „Nee — duisternis! Als een verhouding jaren lang duurt, wordt het ook een huwelijk . . . Jawel, en vaak doen zich èn in de vaste verbintenis èn in — het avontuur allerlei complicaties voor, en hier zit Wedzieg nou weer tusschen, thuis — Weigel. Wormstekerig is alles." Het is koud en hij zweet! „Van Anne-Cris weet ik niets met zekerheid. Als Crijna over haar — misstap praat met Wedzieg en het wordt bekend van ons, dan moet ik maar zeggen dat ze het liegt. Maar ze zegt niets. Ze houdt nog van je: ze gaf bijna toe in de kamer." Hij blijft staan. Er schiet hem opeens iets te binnen. „Maar de raamluiken waren immers ook nog open in de vooravond? Ze verwachtte me nog, nog altijd, nog vanavond. Ze droeg haar aardigste jurk met die kralen. Ze verwachtte me — en wié verwacht mij nog meer zóo . . .?" Stevig stapt hij door, hij is toch wel erg moe, die stevige stappen kosten hem inspanning. Langen tijd denkt hij bijna nergens aan, hij loopt maar voort, hij marcheert als een soldaat. Dan valt hem weer iets in. „Wie heeft ooit aan zoo'n krankzinnige Oxford-mogelijkheid gedacht?, kunnen dénken . . .?, zoo'n biecht aan een