is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oxford, Wedzieg heeft er een papieren handje bijgezet: Zeer actueel. De etalage-lampen branden al. Vlak voor het glas ligt een opengeslagen „Grensted". Taco tuurt naar de inhoudsopgave — restitutie: terug betalen en goedmaken — leiding — deelen bij schuld bekennen en getuigen . . . „Verroest", mompelt hij venijnig. In zijn verbeelding ziet hij Wedzieg bij Crijna zitten. Crijna praat met neergeslagen oogen, ze wischt telkens een paar tranen weg, ze kleurt, ze drukt haar kin op haar borst. En Wedzieg legt liefdevol zijn handen om haar schouders . . . Taco vloekt in stilte. „En dat", vit hij fel in zijn angst, „heet dan schuldbekennen en getuigen. Plotseling hoort hij achter de winkeldeur een stem, hij komt dichterbij, tuurt door een onbedekte reep glas de winkel in, en overziet in een oogwenk de heele situatie daar. Wedzieg heeft een Oehler in zijn eene hand en een Grensted in zijn andere hand, en Cato Meertens staat vlak bij hem en hij houdt Cato Meertens nu 's het eene boekje voor en dan weer het andere, en hij praat geduldig-betoogend, maar met een halsstarrige aandrang in zijn ronde boerenkop. En Cato luistert verlegengeboeid. „O God", valt Taco nijdig uit in zichzelf, „al weer een brug." Zijn eerste aandrift is om ook die winkel binnen te gaan, om zich ook in dat gesprek te mengen. Maar hij bedenkt zich weer gauw. „Wat schiet je er mee op? En je brengt die Wedzieg maar op een nieuw idee: morgen gaat hij naar Anne-Cris toe." Een oogenblik staat hij daar dan nog of hij vastgegrepen wordt. „Het is — ondenkbaar, maar als Anne-Cris nou ook 's mee gaat doen aan deze Oxford-mode . . .?, en óok wil getuigen . . .?" Hij merkt nauwelijks dat hij doorloopt.