is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opeens luistert hij. Een poezelige stem maakt zich los uit het praat-gebrom. „Ik sag het toch immers sellef?, tseg-gu? Ik spel u niks op u mouw. Ik heb nog aan de deur geluisterd met me oor op het sleutelgat en hij praatte luid-op, soo maar luid-op, tseg-gu? O, en soo is er sooveel, tseg-gu?" Ja, dat is Juffrouw Bos. Dat kan niemand anders dan Juffrouw Bos wezen. Een vadzige lachstem antwoordt. „Ja, maar iets positiefs — iets positiefs, een briefje, een snipper papier . . ." En dat is Weigel Altenstadt. Alleen Weigel Altenstadt praat zoo. Taco denkt: „Daar komen ze", en hij trekt zich terug in de portiek. Maar dat was niet noodig. De stemmen verzwakken weer tot een gebrom . . . Die menschen zijn weer op hun schreden teruggekeerd. En Taco twijfelt nu toch nog. „Het kan haast niet: Bos — Weigel." Langs de geteerde schuttingen en de vervallen pakhuizen gluurt hij de steeg in. En het licht van een lantaarn op de groenmarkt achterhaalt een man en een vrouw! En ze loopen daar toch werkelijk: Weigel rond en breed in zijn wijd-openhangende jas, Juffrouw Bos rond en breed in haar strak toegetrokken mantel-methet-bontje. Voetje voor voetje drentelen ze voort, als menschen die niet goed weten waar ze blijven moeten en die nog veel te bepraten hebben. „Hoe komen die nu aan elkaar?" Taco zou ze willen inhalen. „Ha, prettige wandeling samen!" Hij hoort nog hoe Juffrouw Bos dat zei: „Met me oor op het sleutelgat." „Ja", denkt hij, „waar zoo?, waar doet ze dat?" Hij loopt toch niet achter ze aan. Hij gaat een andere kant op, hij wil opeens naar huis. En dan neemt hij de kortste weg over het Staalborchplein, daar ergens is een steeg die komt

Bruggenbouwers — 8